Wie mag mee doen?

Bij het oprichting van de Paralympische Spelen waren atleten die in een rolstoel zaten nog de enige sporters. Tegenwoordig is dat anders.

paralympic-games

De atleten worden verdeeld onder een aantal categorieën, namelijk:

  • Sporters met een amputatie;
  • Sporters die gebonden zijn aan een rolstoel;
  • Sporters met een visuele beperking, dit kan zijn van beperkt zicht hebbend tot zelfs volledig blind;
  • Sporters met een hersenbeschadiging die niet-progressief is. Hieronder valt dan bijvoorbeeld hersenverlamming, hersenbloeding, een traumatische hersenschudding of vergelijkbare beperkingen die de spiercontrole, balans of coördinatie verstoren;
  • Sporters met een intellectuele beperking;
  • Sporters met een lichamelijke beperking die niet onder één van bovenstaande categorieën valt. Bijvoorbeeld sporters met multiple sclerose, dwerggroei of afwijkingen aan de ledematen zoals bijvoorbeeld wordt veroorzaakt door het gebruik van schadelijke medicijnen tijdens de zwangerschap. Een voorbeeld hiervan is Softenon. In de jaren ’60 werd dit middel voorgeschreven bij zwangerschapsmisselijkheid of bij slapeloosheid. Het bleek erg schadelijk voor ongeboren vruchten van moeders die het middel gebruikten. Zo werden er
    baby’s geboren met ontbrekende of onvolgroeide ledematen.

Aan de Paralympische Spelen doen in principe geen sporters mee die doof zijn. Zij kunnen meedoen aan de Deaflympische Spelen. Het komt overigens wel eens voor dat een dove sporter aan de Paralympische Spelen mee doet.

Bron