Disciplines

Zomerspelen

Er zijn twintig paralympische sporten tijdens de zomerspelen. Een aantal sporten kent nog verschillende disciplines waarin medailles behaald kunnen worden.

Atletiek: atleten met een lichamelijke handicap kunnen aan atletiek mee doen. Al sinds de allereerste editie van de Paralympische Spelen is atletiek één van de sporten. In 1960 werd er nog in vijf disciplines in drie klassen gestreden om een medaille, tegenwoordig zijn er 11 disciplines voor de mannen en 7 bij de vrouwen. Er worden in totaal 160 gouden medailles uitgedeeld.

Er mogen bij bepaalde sporten hulpmiddelen gebruikt worden. Een wheeler rolstoel mag bij de verschillende looponderdelen gebruikt worden. Doet een atleet mee aan een baanonderdeel (bijv. hardlopen of estafette) dan zijn beenprotheses verplicht, bij een veldonderdeel is een beenprothese niet verplicht, maar mag wel.

Verder mag touw als hulpmiddel gebruikt worden om een visueel beperkte loper vast te maken aan zijn of haar begeleider. Bij de afzetlocaties bij springonderdelen mogen akoestische signalen gebruikt worden.

Sporten waarbij een rolstoel gebruikt wordt zijn verder basketbal, tafeltennis, tennis, boogschieten (ook evt. zonder rolstoel), rugby (voor sporters met handicaps aan alle vier de ledematen) en schermen. Bij het wielrennen kan ook een aan een rolstoel gebonden sporter deelnemer. Deze moet dan gebruik maken van een handbike, ze trappen dan in feite met hun armen.

Een onderdeel wat niet zo bekend is, is Boccia. Boccia is vergelijkbaar met petanque en wordt beoefend door sporters met een hersenverlamming of zware motorische beperkingen.

Goalball is een van de drie disciplines die enkel op de Paralympische Spelen voorkomen. Deze sport wordt beoefend door sporters met een visuele beperking.

Tot slot kunnen er nog medailles gewonnen worden met bankdrukken, paardensport, judo, voetbal en blindenvoetbal, volleybal, roeien, zeilen en zwemmen.

Winterspelen

Bij de Paralympische Winterspelen zijn er beduidend minder takken van sport, dit zijn er slechts zes.

Alpineskiën

Als sinds het begin van de Spelen bestaat dit onderdeel. De sporters hebben een lichamelijke handicap aan verschillende ledematen. Onder alpineskiën vallen de disciplines: alpinecombinatie, afdaling, reuzeslalom, slalom en super-G.

Biatlon en Langlaufen

Ook voor sporters met een lichamelijke handicap aan verschillende ledematen zijn de onderdelen biatlon en langlaufen. Deze sporten kunnen ook met een begeleider beoefend worden, bijvoorbeeld bij de visueel gehandicapten.

Rolstoelcurling

Sinds 2006 is dit onderdeel toegevoegd aan de Paralympische Spelen. Het is een variant op het ‘gewone’ curling, de sporters zitten alleen in een rolstoel. Er mogen mannen en vrouwen in een team zitten, als er maar minstens één man en één vrouw bij het team horen.

Sledgehockey

IJshockey op een prikslee wordt sledgehockey genoemd. Een prikslee is een ijsslee die met stokken voortbewogen moet worden. De kleding is hetzelfde als bij normaal ijshockey en de sporters hebben een lichamelijke handicap aan de benen.

Snowboarden

Snowboarden kent maar één discipline en is voor sporters met een lichamelijke handicap aan verschillende ledematen.